Portfolio

Documentaire

HMS Nottingham

Documentaire over het wrak van de HMS Nottingham, van begin tot eind gemaakt en gefilmd door Rogier Visser als onderwater cameraman.

Locatie
Noordzee, voor Northumberland
Jaar
2025
Rol
Onderwater cameraman
Soort
Documentaire

Op 19 augustus 1916 werd de HMS Nottingham getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot U-52. Ruim honderd jaar lang wist niemand waar ze lag. In juli 2025 stond ik op 85 meter diepte naast het wrak met een camera — en ik had één duik.

Het beeld dat ik daar maakte is gebruikt in de documentaire en is uitgezonden door onder meer de BBC, Forces News, GB News en de Royal Navy zelf.

Eén duik, één kans

Dit is het deel dat een opdrachtgever moet weten.

Het weer liet maar één duik op het wrak toe. Eén. Op 82 meter, in het donker, met stroming en een bodemtijd die je niet oprekt. Alles wat ik daar niet vastlegde, was weg — want een tweede kans kwam er niet.

Dat vraagt om een andere voorbereiding dan een klus waar je een week de tijd hebt. Je weet vooraf welke beelden je nodig hebt, in welke volgorde en waar je ze haalt. Je improviseert niet op 82 meter.

De ploeg werkte strak: de laatste duikers komen de schietlijn op, controleren of er geen decotags meer aan hangen en pas dan gaat de lijn los. Acht of negen duikers en iedereen moet terug.

Wat er in 1916 gebeurde

De Nottingham voer als verkenner voor de Grand Fleet, bij het Tweede Lichte Kruiserseskader. De U-52 lag in hinderlaag. De HMS Dublin zag haar wel, maar hield haar voor een vissersschip.

Die vergissing werd de Nottingham fataal. Ze werd drie keer aan bakboord geraakt, helde over en zonk kort na zevenen. Achtendertig bemanningsleden kwamen om.

Uit de scheepsjournalen blijkt hoe de bemanning zich hield. Terwijl het schip zonk nam een van de officieren de tijd om de geheime codeboeken te vernietigen, vroeg daarna toestemming aan de kapitein om het schip te verlaten en liep het water in. Kapitein Miller verliet het schip terwijl het water om hem heen steeg.

Een matroos van nauwelijks meer dan tienerleeftijd sprong zestig mijl uit de kust het water in om anderen naar de reddingsboten te trekken. Hij kreeg daarvoor een dapperheidsonderscheiding.

En de scheepskat werd na de ondergang opgepikt door de Duitse onderzeeboot. Dat detail staat gewoon in de logboeken.

Het zoeken begon in het archief

Het onderzoek achter deze vondst is het werk van Leo Fielding en Dan McMullen, die samen ProjectXplore leidden. Het begon in 2024 tussen de scheepsjournalen, zeekaarten en oorlogsdagboeken — waaronder die van U-52 zelf.

Het lastige aan marinegegevens uit die tijd is de nauwkeurigheid. Dit is geen GPS-tijdperk: posities zitten al gauw één tot twee zeemijl naast de werkelijkheid. Wat wél meezat is dat op 19 augustus 1916 de complete Britse en Duitse vloot tegelijk op zee lag. Tientallen schepen, allemaal met een journaal, allemaal in verbinding met elkaar.

De logboeken van U-52 zijn met de hand geschreven door commandant Hans Walther. Duitstalige teamleden hebben ze vertaald, want zonder die kant weet je alleen wat de Britten dáchten dat er gebeurde.

In april 2025 vond een sonaronderzoek een kandidaat, zestig mijl uit de kust van Northumberland. Afmetingen, indeling en positie klopten. Op 16 juli bevestigden duikers de identiteit.

Wat er op de bodem ligt

Het grootste deel van de bovenbouw staat er nog: negen zes-inch kanonnen, het ankerwerk en zelfs houten dek. Op het achterschip staat de scheepsnaam in reliëf — dat was het sluitende bewijs. Bij de brug lag serviesgoed van de Royal Navy.

Niemand was er ooit op geweest.